Om misbruiken aan banden te leggen zal de artistieke aard van de prestaties van kunstenaars vanaf 1/1/2014 moeten aangetoond worden met een visum kunstenaar.

Kunstenaars die voor hun artistieke prestaties slechts een geringe vergoeding ontvangen, zijn niet onderworpen aan de sociale zekerheid (de zogenaamde “kleine vergoedingsregeling”). De maximumbedragen om toepassing te kunnen maken van deze regeling werden per 1/1/2014 geïndexeerd.

Voorts is er eveneens een aanpassing aan de bijdragevermindering. Zie hieromtrent het artikel: Het tewerkstellingsbeleid na de 6de staatshervorming.

1. Visum kunstenaar

Kunstenaars die in opdracht van een natuurlijke of rechtspersoon en tegen betaling van een loon prestaties leveren of werken produceren van artistieke aard, zijn toch onderworpen aan de socialezekerheidsregeling voor werknemers, ook indien ze niet door een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst die onder de uitzendarbeidswet valt, kunnen verbonden zijn. De opdrachtgever wordt als werkgever beschouwd.

De artistieke aard van de prestaties zal voortaan wel moeten aangetoond worden door middel van een visum kunstenaar dat zal afgeleverd worden door de commissie Kunstenaars.

De nadere regels voor de organisatie, de samenstelling en de werking van deze commissie moeten nog bij koninklijk besluit bepaald worden. De beslissingen van de commissie kunnen aangevochten worden bij de arbeidsrechtbanken.

Bij de aanvraag zal de kunstenaar aan de commissie een verklaring op erewoord moeten bezorgen over zijn activiteiten. De kunstenaar zal een ontvangstbewijs krijgen. Vanaf dit moment geldt er een vermoeden dat de kunstenaar bij de uitoefening van zijn artistieke activiteit onderworpen is aan de socialezekerheidsregeling voor werknemers. Dit vermoeden geldt voor 3 maanden en kan eenmaal hernieuwd worden. Bij een eventuele weigering vervalt het vermoeden vanaf de datum van de weigering.

Indien de kunstenaar wenst aan te tonen dat deze artistieke prestaties niet worden geleverd in gelijkaardige socio-economische voorwaarden als die waarin een werknemer zich bevindt ten opzichte van zijn werkgever, kan de commissie een verklaring van zelfstandige activiteiten afleveren.

Net als vroeger vallen de personen die prestaties van artistieke aard leveren ter gelegenheid van familiale gebeurtenissen niet onder het regime voor kunstenaars.

Om de artistieke aard van een prestatie vast te stellen, dient rekening gehouden te worden met de activiteitensector waarin de prestatie wordt uitgevoerd (bv. muziek, theater, choreografie, literatuur, plastische kunsten, …).

Daarnaast zal de commissie de activiteit beoordelen op basis van een methodologie die bepaald wordt in haar huishoudelijk reglement. Het zou hierbij gaan over een beperkte bevoegdheid van louter technische aard. Het huishoudelijk reglement dient wel nog bij koninklijk besluit goedgekeurd te worden.

2. Nieuwe maximumbedragen kleine vergoedingsregeling

Om een beroep te kunnen doen op de kleine vergoedingsregeling mag de vergoeding voor een artistieke prestatie voor het jaar 2014 maximum 122,21 euro per dag bedragen. Bovendien mag de kunstenaar maximaal 2.444,21 euro per jaar ontvangen voor zijn artistieke prestaties.

 

Bronnen: Art. 21-24 Programmawet (I) 26 december 2013 (BS 31 december 2013) en administratieve instructies RSZ

Human resources

Wil je het HR-beleid binnen jouw organisatie optimaliseren? Of wil je je als HR-verantwoordelijke je rekruteringsvaardigheden of je interview skills verder uitdiepen? SYNTRA Midden-Vlaanderen heeft vast het gepast antwoord op jouw opleidingsvraag.