De wetgever maakt een onderscheid tussen kleine en (zeer) grote vzw's. Daar waar de laatste verplicht zijn een volledige dubbele boekhouding te voeren, kunnen kleine verenigingen zich beperken tot een vereenvoudigde boekhouding. Deze laatste is een kasboekhouding. Enkel mutatie in contanten en op rekeningen moeten worden geregistreerd. Doch bij nader toezien is het voeren van een vereenvoudigde boekhouding verre van 'eenvoudig'. Immers wil men de vereenvoudigde boekhouding correct voeren zal men zich toch een aantal boekhoudkundige principes eigen moeten maken. Enkele voorbeelden:
- Wat is het verschil tussen 'goederen en diensten' en 'diensten en diverse goederen'?
- Dient men vrijwilligersvergoedingen te boeken als 'bezoldigingen'?
- Wanneer spreekt men van een 'subsidie' of van een 'schenking'?
- Welke waarderingsregels moeten worden geformuleerd?
- Wanneer is er sprake van een 'beloofde subsidie' en hoe moet die in de jaarrekening opgenomen?
Kleine verenigingen 'draaien' meestal op vrijwilligers, vaak niet (veel) gehinderd door boekhoudkundige voorkennis. Nochtans is men als bestuurder verantwoordelijk voor het voeren van een correcte boekhouding het opmaken van de jaarrekening.